Terug naar vorige pagina

Europese Commissie kiest voor sprong in het duister

De Europese Commissie heeft zichzelf met haar onderhandelingsstrategie voor de uitbreiding klemgezet. Doordat de moeilijkste onderdelen tot het laatst zijn bewaard, zit de Commissie nog midden in gevoelige onderhandelingen met de kandidaat-lidstaten, die nog geenszins naar tevredenheid zijn afgerond.

Maar ondanks diverse uitspraken van Europese Raden dat alle kandidaten op hun eigen merites zullen worden beoordeeld, ook wel het regattamodel genoemd omdat het in dit geval onmogelijk lijkt dat alle kandidaten gelijk over de finish gaan, komt de Commissie toch met het voorstel tien kandidaten tegelijk toe te laten ("big bang").

Hiermee kiest de Commissie voor de weg van de minste weerstand, omdat er in de Europese Raad voor de toetreding van elke kandidaat wel ťťn sterke voorstander is. Daarom hebben zelfs kandidaten als Hongarije die bij een big bang vreesden het slachtoffer te worden van andere kandidaten die hun zaakjes minder goed op orde hadden, hun voorkeur voor het regattamodel ingeruild voor steun aan het big bangscenario.

Probleem met dit scenario is, omdat de onderhandelingen over de moeilijkste en gevoeligste dossiers nog lopen, dat de druk op de kandidaten om concessies te doen en zich aan te passen wegvalt.

Dit probleem kan alleen opgelost worden door het besluit over de toetreding voorwaardelijk te maken, dat wil zeggen dat de mogelijkheid dat de toetreding op het geplande tijdstip niet doorgaat blijft bestaan, als nog niet alle voorwaarden vervuld zijn. Want het uitgangspunt tijdens de onderhandelingen was, dat niets overeengekomen is totdat alles overeengekomen is. Dat uitgangspunt verlaten in de ultieme fase van de onderhandelingen zou van het hele onderhandelingsproces een lachertje maken.

Het politieke belang van de uitbreiding is om Midden-Europa te binden aan het democratische en marktgeoriŽnteerde systeem van de Europese Unie. Door de eisen die de EU aan de kandidaat-toetreders heeft gesteld op het gebied van mensenrechten en de inrichting van de maatschappij, en door de sturing die de EU daarbij gegeven heeft, is er in M-Europa een ongelooflijk snelle transformatie van verticaal geleide planeconomie naar markteconomie plaatsgevonden. Zonder de ambitie van de kandidaten om lid te worden van de EU en de (toetredings) eisen waaraan zij moesten voldoen om daarvoor te kwalificeren, had M-Europa er waarschijnlijk veel chaotischer en minder tolerant uitgezien.

Veel van de doelstellingen van de uitbreiding zijn daarmee nu al goeddeels bereikt. Om deze vooruitgang vast te houden en voort te zetten, en omdat het die landen nou eenmaal beloofd is, is volledige deelname van die landen aan de EU gewenst. Dit geldt echter vooral voor de drie Baltische staten en de vijf kandidaten uit Midden-Europa. Malta en Cyprus hebben toch hun eigen verhaal. In Malta is de toetreding tot de EU politiek zeer omstreden (de toetredingsaanvraag is door de vorige regering al eens ingetrokken, en de huidige oppositie belooft dat straks weer te zullen doen). In Cyprus heeft de EU het verdeelde eiland niet bij elkaar kunnen brengen. Opname van (Grieks sprekend) Cyprus zou dan ook het importeren in de EU van de Grieks en Turks Cypriotische tegenstellingen impliceren. Turkije uit dreigementen tegen eenzijdige Grieks Cypriotische toetreding, terwijl Griekenland op haar beurt de hele uitbreiding tegen te houden als (Grieks sprekend) Cyprus niet toegelaten wordt.

Terwijl het perspectief op toetreding voor de kandidaten uit M-Europa een positieve uitwerking heeft gehad op de noodzakelijke maatschappijhervorming, is de situatie in de EU zelf minder rooskleurig.

De wijze waarop de EU tot besluiten komt heeft al geen gelijke tred kunnen houden met de uitbreiding van de oorspronkelijke zes leden tot de huidige vijftien. Dat manifesteert zich in het vastlopen van de besluitvorming op terreinen die de lidstaten van de EU wel gezamenlijk aan zouden willen pakken, zoals milieu- en rentebelasting, ondernemingsrecht, of buitenlands en veiligheidsbeleid.

Doordat in de Unie van vijftien het nemen van eenduidige besluiten vaak al een onmogelijke opgave is, neemt de neiging tot het zoeken naar nationale oplossingen of oplossingen met gelijkgezinden toe. Zelfs bij de Unie van vijftien is er dus al behoefte aan een nieuwe, heldere structuur. Het huidige, alleen door experts te doorgronden byzantijnse bouwwerk ondergraaft reeds de legitimiteit van de EU (als de opkomst bij Europese verkiezingen daarvoor tenminste als graadmeter gelezen mag worden). Uitbreiding van deze Unie met tien nieuwe leden zonder ingrijpende wijzigingen is dan ook volstrekt onverantwoordelijk.

Het Verdrag van Nice, over welks lot de Ieren over enkele dagen in een referendum stemmen, is absoluut niet die ingrijpende wijziging. Op een belangrijk onderdeel, meerderheidsstemmingen in de Raad van ministers, maakt Nice besluitvorming zelfs nog moeilijker!

Het kan natuurlijk alleen aan de huidige Unie zelf verweten worden, maar om de Unie zÚ uit te breiden met tien nieuwe leden is een recept voor stagnatie.

Nu al functioneren de Europese ministerraden en de Europese Raad van regeringsleiders niet meer naar behoren. Een vernietigend rapport van de secretaris-generaal van de Raad, Xavier Solana, illustreert dat ook de betrokkenen zich dit bewust zijn en naar oplossingen zoeken.

Zonder radicale oplossingen zullen ministerraden met 25 ministers alleen maar nog veel slechter kunnen functioneren. De EU wordt zo steeds meer een rommeltje waar niemand zich meer in herkent.

Aangezien inmiddels meer dan 50 % van onze wetgeving in Brussel tot stand komt, is dat echter wel degelijk een probleem. Niet alleen zal er steeds moeizamer nieuwe wetgeving tot stand komen en zal deze wetgeving steeds meer byzantijnse compromissen bevatten, maar zelfs het up-to-date houden van bestaande wetgeving, bijvoorbeeld voor de interne markt, loopt gevaar.

Het beeld dat hier oprijst is dat van een Unie die wel groter, maar niet machtiger (wel machtelozer) wordt.

Economisch gezien is de op handen zijnde uitbreiding geen grote ingreep voor de bestaande EU: de tien toetreders hebben samen een BBP ter grootte van 5 % van de huidige EU, dat is iets meer dan dat van Nederland. Qua bevolkingsaantal gaat het in feite om twee maal Polen.

De echte ingrijpende gevolgen liggen op het vlak van de samenhang van de uitgebreide Unie. Terwijl de sociaal-economische verschillen gigantisch toenemen (de welvaart van de toetreders is gemiddeld 40 % in koopkrachttermen van die van de huidige EU), neemt het vermogen besluiten te nemen en daarmee het bestuursvermogen van de Unie enorm af. Hoewel de Unie nu al hapert, zal de uitgebreide Unie een onherkenbaar andere Unie worden, naar ik vrees steeds minder relevant voor de gewone burgers. Vrees voor meer Brusselse regelgeving, wat nu de nationale hoofdsteden preoccupeert, is ongegrond. Als er na de uitbreiding kritiek op "Brussel" zal komen, dan is het over het onvermogen tijdig op nieuwe ontwikkelingen te reageren op terreinen waar de besluitvorming niet meer nationaal plaats kan vinden.

Rationeel bezien is uitbreiding in deze omvang en onder deze omstandigheden onverantwoord. Ik wil echter niet zo consequent zijn als de Waalse socialistische partij, die om deze reden nu tegen uitbreiding kiest. Moreel kunnen wij kunnen wij het de kandidaten niet aandoen de uitbreiding nu voorlopig af te blazen, ook al omdat de kans op adequate institutionele herzieningen op dit moment niet groot zijn. Anders zou het zijn als de Ieren ten tweede male het Verdrag van Nice zouden afwijzen. Dat zou een niet te negeren signaal zijn dat drastische oplossingen niet langer op de lange baan geschoven kunnen worden. Daarmee zou de kans toenemen, dat de kandidaten tot een Unie zullen toetreden die niet in sclerose verzandt.

Alman Metten

Voormalig europarlementariŽr (PvdA), nu directeur Metten EU Consulting BV