Terug naar vorige pagina

Renteverlaging ECB: belang overstijgt bescheiden omvang

Analisten, inclusief de hoofdredactioneel kommentaar schrijver van deze krant, reageren nogal aangebrand op de door hen niet verwachtte verlaging met een kwart procent van de rente door de ECB.

Er is echter meer reden tot vreugde dan tot gekwetstheid.

De discussie over een renteverlaging wordt in het ECB-bestuur al minstens gevoerd sinds begin maart, toen uitspraken van verscheidene bestuursleden de markten al een renteverlaging deden verwachten. Door het ontbreken van consensus bleef de verlaging echter uit, en de stroom van kritiek en druk op de ECB van alle kanten deed de ECB niet buigen maar de rangen juist sluiten: het imago van de ECB als instelling die zich niet liet dwingen stond op het spel.

Was het verbazingwekkend, dat het besluit tot verlaging kwam, nu de druk van politiek en internationale organisaties als IMF en Oeso uit het nieuws was weggeëbt? Was het niet veelzeggend, dat de verlaging kwam op de eerste vergadering van het ECB-bestuur sinds maanden dat de Britse, en in Frankfurt zorgvuldig gelezen, Financial Times de ECB niet via een hoofdartikel opriep de rente nu eindelijk eens te verlagen?..

Het antwoord is nee, maar ook ja.

Nee, want de ECB wilde laten zien dat ze is als room: hoe harder je erop slaat, hoe stijver ze wordt. Maar ook ja, want de ECB heeft zich als een Houdini in zulke strakke ketens gesnoerd, dat haar ontsnapping toch wel spectaculair is. Ze had immers binnen haar beleidskader vrijwel geen geloofwaardig argument meer voor een renteverlaging.

Want anders dan bij de surprise-renteverlaging van april 1999, toen de euro-economie zelfs richting recessie dreigde te glijden, is de inflatie nu duidelijk niet onder het door de ECB vastgestelde plafond. Sterker nog, ze zit er niet alleen al een tijd boven, op korte termijn kan ze zelfs nog licht stijgen.

Een beroep op de verdragstekst, die stelt dat de primaire taak van de ECB is prijsstabiliteit te handhaven, maar binnen die doelstelling vraagt om het ondersteunen van de economie, is anders dan in april 1999 niet makkelijk te maken.

Het belang van de huidige renteverlaging is dus, dat de ECB haar secundaire taak toch serieus neemt, in een situatie waarin de inflatie niet onder het daar haar gestelde plafond ligt en de euro-economie niet in een recessie dreigt te komen. Deze realiteitszin en dit pragmatisme van de ECB is een belangrijk signaal en juich ik van harte toe.

Opmerkelijk is natuurlijk dat de ECB haar stap niet verdedigt door te verwijzen naar haar tweede wettelijke taak. Vanuit haar obsessie met haar imago van onbeïnvloedbaarheid vind ik dat begrijpelijk en vergeeflijk. Zodra ze dit argument al te openlijk als legitiem erkent, is ze verzekerd van dagelijkse adviezen de rente verder te verlagen.

Wat de ECB wel doet is nu alle marges van haar eigen beleidskader gebruiken. Haar taak is inderdaad het bewaken van de prijsstabiliteit op middellange termijn, dwz anderhalf à twee jaar vooruitkijkend. Aangezien op die termijn de tijdelijke effecten van de olieprijsverhogingen en de waardevermindering van de euro uit de cijfers zijn gelopen, is het voorspellen van een inflatie van onder de twee procent op die termijn geloofwaardig.

De correctie van de geldomloopcijfers voor waarde-papier dat in handen is van niet-eu-ingezetenen, werd – anders dan het hoofdredactioneel commentaar stelt – al lang verwacht maar komt nu zeer gelegen om de renteverlaging te legitimeren. Want zie, de geldgroei is hiermee voor het eerst sinds het bestaan van de euro onder haar referentie-waarde van 4,5 % gedoken..

Wat leert deze, symbolische, verlaging nu? Dat de ECB supergevoelig is voor druk van buiten en erop reageert door de rijen te sluiten en haar stekels op te zetten; dat ze echter pragmatisch is in het omgaan met haar beleidskader; maar ook, dat de marges van dit beleidskader vrijwel uitgeput zijn en dat een meer fundamentele herziening ervan nodig is. Ik denk hierbij vooral aan de te knellende definitie van inflatie, die te weinig ruimte laat om rekening te houden met volatiele elementen als de olie- en voedselprijzen, en aan de onrealistische geldgroei-referentiewaarde, die beter als aparte pijler opgeheven zou kunnen worden en aan de vele variabelen van de andere pijler zou kunnen worden toegevoegd.

Herziening van het monetaire beleidskader is urgent. De ECB kan niet blijven vertrouwen op Houdini-achtige ontsnappings-acts.

 

Alman Metten

Voormalig europarlementariër (1984-1999). Leidt nu economisch adviesburo Metten EU Consulting BV (www.metten-euc.nl).