Terug naar vorige pagina

Betovert Greenspan de Amerikanen opnieuw?

Staat de Amerikaanse economie op het punt in een recessie te glijden, of lukt het Greenspan weer het kwaad tijdig af te wenden? En hoe reageert de eurozone (de landen die in 1999 de euro ingevoerd hebben) op de Amerikaanse ontwikkelingen?

Het vertrouwen van de financiŽle wereld in de "almachtige" Alan Greenspan, de president van de Amerikaanse centrale bank, lijkt onbegrensd. Na de tweede forse renteverlaging binnen een maand is de algemene verwachting dat de Amerikaanse groei zich snel herneemt, en dat de Europese groei voor het 10e jaar in successie toch weer bij de Amerikaanse zal achterblijven.

Hoewel ook ik deze renteverlaging van harte toejuich, geloof ik toch niet dat het monetaire beleid alleen dit keer in staat zal zijn de drastische groeivertraging in de VS terug te draaien. En de belastingverlagingen van Bush jr, die enkele maanden geleden nog zo gevaarlijk pro-cyclisch leken, zijn er voorlopig nog niet en het zal nog veel langer duren voor het effect op de economie gevoeld wordt.

Een aantal signalen voor de VS-economie stonden al lang op oranje, zoals de structurele tekorten op de lopende rekening en de hoge mate van verschulding van bedrijfsleven en particulieren. De aanhoudende hausse op de Amerikaanse beurs met zijn positieve vermogenseffecten en zijn aantrekkingskracht op buitenlandse investeerders heeft deze zwakten tot voor kort kunnen neutraliseren. Met het instorten van de technologiebeurs Nasdaq en het terugvallen van Wall Street zijn deze zwakten pijnlijk aan de oppervlakte gekomen. De gevolgen zijn dat de op de pof kopende consumenten voorzichtiger worden, bedrijven over een breed front in de problemen komen, banken voorzichtiger worden met leningen, en de VS minder aantrekkelijk wordt voor buitenlandse investeerders.

Het belangrijkste lijkt mij echter dat het blinde optimisme van de Amerikaanse consument, goed voor tweederde van de vraag, gebroken lijkt. Als het optimisme al terugkeert, dan zal het een voorzichtiger variant zijn, die wel een diepe recessie kan voorkomen, maar niet een stagnatie van de VS-economie. Het serieuze risico bestaat, dat dezelfde hefboom-mechanismen die de Amerikaanse economie het laatste decennium zo goed hebben doen presteren, nu allemaal tegelijk in neerwaartse richting zullen werken. Een afkalvende beurs zorgt immers voor negatieve vermogens effecten voor consumenten en bedrijven, die plotseling met de ernst van hun schuldpositie worden geconfronteerd. Zelfs als consumenten alleen maar ophouden met hun schulden te vergroten om te kunnen consumeren, leidt dit al tot een flinke vraaguitval. Dit wordt nog veel erger als ze zelfs beginnen hun schuldpositie af te bouwen (de Amerikaanse groei is voor een belangrijk deel gefinancierd door een omslag in het spaargedrag van de Amerikanen, van 5% van het BNP positief in 1992 tot 5% negatief nu). Nog meer bedrijven komen dan in de problemen, banken worden supervoorzichtig in het verstrekken van nieuwe leningen, en buitenlandse investeerders laten het afweten of vertrekken zelfs

.

Doordat zoveel consumenten en bedrijven (veel meer dan in Europa) van de beurs afhankelijk zijn voor hun financiŽn, is het wel en wee van Nasdaq enWall Street cruciaal geworden voor de Amerikaanse economie. Greenspan had dan ook geen andere keus dan met het infuus van de renteverlaging te proberen de hoge koersen, die hij zelf eerder exuberant noemde, te ondersteunen. Deze keer zal echter blijken dat de psychologische werking van de verlaging van korte duur zal zijn, omdat de Amerikaanse consument met een schok zijn kwetsbaarheid bewust is geworden. Nieuwe transfusies in de vorm van verdere renteverlagingen zullen ongetwijfeld nog volgen, maar het geloof in het sprookje is over en ook de Amerikaanse economie zal zich moeten aanpassen.

Wat betekent dit scenario, van een VS-economie die ondanks monetaire versoepeling tot stilstand komt (maar dankzij die versoepeling niet onbeheersbaar inzakt!) voor Europa en de rest van de wereld?

De landen van de eurozone bevinden zich in een volstrekt andere situatie dan de VS. Zij zitten nog pas in het begin van een forse opleving (Nederland is in dit verband een positieve uitzondering), consumenten en bedrijven verkeren in een veel gunstiger financiŽle positie (alleen de werkgelegenheidssituatie is in Europa dramatisch slechter dan in de VS), en de handelsbalans is veel gezonder.

Hoewel de groei in de eurozone al over zijn top heen is, zal de stagnatie in de VS haar slechts licht raken, dankzij haar relatief gesloten karakter. Alleen als de Amerikaanse economie en de dollar ver weg zouden glijden zal de economie van de eurozone echt pijn leiden. Met een snel afnemende inflatie, en toenemende koopkracht (mede door belastingmaatregelen), zal de Europese economie voor het eerst in 10 jaar werkelijk harder groeien dan de Amerikaanse. De vraag wordt echter wel, of zij ook voldoende zal blijven groeien om de werkeloosheid te blijven terugdringen.

Een sterker wordende euro, tezamen met een groeiend handelstekort van de eurozone, zal het mogelijk maken dat de eurozone de rol van de VS als trekpaard van de wereldeconomie overneemt.

Wanneer de scepsis bij het bedrijfsleven in Duitsland en ItaliŽ (samen goed voor 50% van de economie van de eurozone) aanhoudt, en zoín positieve ontwikkeling zou bedreigen, dan is het aan de Europese Centrale Bank om te doen wat de ook door haar bewonderde Greenspan in zoín geval doet: tijdig, en fors, de rente verlagen. Met de rentebesluiten van afgelopen etmaal is de Amerikaanse reŽle rente voor het eerst weer onder de europese gedoken, waardoor de dollar zeker goedkoper zal worden en de Amerikaanse economie competitiever.

Als het hierboven geschetste scenario van stagnatie van de Amerikaanse economie doorzet, dan is een inflatie van 0,4% in december 2001 in de eurozone waarschijnlijk.

Zonder forse renteverlagingen zou dat een ernstige monetaire verkrapping betekenen (de reŽle rente zou ruim verdubbelen!). De ECB, die afgelopen jaar de rente met 2% verhoogd heeft en daarmee de groei van de eurozone heeft helpen afremmen van 4% in het laatste half jaar van 1999 tot 2,7% nu, moet dan ook niet te lang aarzelen met het verlagen van de rente. Monetair beleid alleen kan een inzakkende economie niet altijd redden. Maar met door traagheid tekortschietend beleid kan het wel degelijk het inzakken van de europese economie op haar geweten hebben, zoals de Bundesbank in 1993/94 pijnlijk heeft laten zien.

Alman Metten

Ex-lid van het Europese Parlement, nu direkteur van Metten EU Consulting BV (ametten@worldonline.nl)