Terug naar vorige pagina

 

Passiviteit geen goed antwoord op verslechterende economie

 

Terwijl de Europese economie tot stilstand komt, blijft een gecoördineerd antwoord van europees economisch en monetair beleid uit. Dat is precies zoals de Europese Centrale Bank (ECB) het wil: de politiek moet actief stimuleringsbeleid achterwege laten en slechts de “automatische stabilisatoren” hun werk laten doen, waardoor de toename van de  overheidstekorten die aan de verslechterende economie te wijten is niet gecompenseerd wordt. En de ECB zelf moet met de armen over elkaar blijven zitten, omdat de inflatie boven haar doelstelling ligt en zij in die situatie geen bredere, op ondersteunen van de economie gerichte taak heeft.

 

Politiek gezien is dergelijke passiviteit in deze sterk verslechterende omstandigheden echter onacceptabel. Vandaar ook de pogingen om het Stabiliteits en Groei Pact (SGP), dat overigens alleen in naam op groei is gericht, minder knellend te maken, zodat grote lidstaten als Duitsland en Frankrijk hun economie actief kunnen ondersteunen.

 

De ophef over het SGP is eigenlijk alweer achterhaald. Ging het hierbij nog om of “begrotingsevenwicht op middellange termijn” nu in 2004 of 2006 gerealiseerd moest worden, inmiddels zijn twee lidstaten (Duitsland en Portugal) al door de budgettaire grenzen van het EMU-verdrag geschoten, en dreigt datzelfde binnenkort voor 1 of 2 anderen (Frankrijk, Italië). Anders dan het SGP kent het EMU-Verdrag zware sancties op overtreding. Het pijnlijke van deze situatie is, dat lidstaten die het grootste deel van de economie van de eurozone uitmaken nu gedwongen worden om met extra bezuinigingen een procyclisch, groei afremmend, beleid te voeren. Eigen schuld, dikke bult, volgens een aantal kleine eurozone landen, waaronder Nederland.

 

Deze zelfgenoegzaamheid zal deze landen echter nog aardig kunnen opbreken.

De Europese economie heeft namelijk een impuls nodig, en niet een extra rem.

De kans dat deze impuls van buiten zal komen is zeer klein. Oorlog in Irak, of een verdere inzinking van de Amerikaanse economie, zullen eerder voor een negatieve bijdrage aan de Europese economie zorgen. De positieve impuls zal dus uit eurozone zelf moeten komen.

 

De kleine landen en Spanje hebben, dankzij dat zij wel hun begrotingstekorten op orde hebben, inderdaad budgettaire ruimte om een impuls te geven, maar hun relatief geringe omvang (en het SGP) beperken het effect daarvan. Daarom is er toch ook een positieve bijdrage nodig van de drie grote lidstaten, die nu al in uiteenlopende mate budgettaire problemen hebben. Zo’n bijdrage zal er alleen ongestraft kunnen komen, als het volgens de EMU maximaal toelaatbare begrotingstekort van 3% als het structurele tekort opgevat wordt, waar de conjuncturele componenten uitgefilterd zijn.

Daarnaast is er zeker wat te zeggen voor het Britse standpunt, dat investeringsuitgaven van de overheid voor de bepaling van het tekort niet meegerekend moeten worden.

Die interpretaties zouden zeker voldoende ademruimte geven om de huidige teruggang te kunnen keren.

Wie echter bij een economische neergang anticyclisch beleid wil voeren, moet ook bereid zijn dat bij een economische opgang te doen (dus een buffer creëren voor slechte tijden). Dat is in het verleden bij de grote lidstaten misgegaan. Om herhaling te voorkomen, moet de economische coördinatie dus wel minder vrijblijvend gemaakt worden.

 

Maar er is ook een taak voor het monetaire beleid.

De ECB verschuilt zich nu achter haar primaire stabiliteitsdoelstelling die momenteel niet gerealiseerd wordt, waardoor zij aan het aanpakken van haar secundaire, economie ondersteunende, doelstelling niet toekomt.

Maar de 2% inflatiegrens, waar de eurozone al geruime tijd boven zit, is een door de ECB zelf gekozen invulling van wat stabiliteit is, en de realiteit van de laatste jaren heeft aangetoond  dat er bij een inflatie van (soms ruim) boven de 2% wel degelijk sprake is van stabiliteit.

De zelfgekozen, niet door het EMU-verdrag opgelegde, doelstelling van een inflatie van niet meer dan 2% is kennelijk te streng gekozen. Dat erkent de ECB impliciet zelf ook wel, want zij heeft gelukkig op de jarenlange overschrijding van deze norm niet gereageerd met renteverhogingen. Maar het probleem is wel, dat de ECB zich door deze situatie gepardonneerd voelt om niet met renteverlagingen de Europese economie te ondersteunen. Haar secundaire taak luidt immers de economie te ondersteunen, “onverminderd het doel van prijsstabiliteit”. Door prijsstabiliteit te steng te definiëren, komt de ECB daar dus nooit aan toe….

Het verschil in reactie op volgens ECB-president Duisenberg dezelfde analyse van de situatie tussen de Amerikaanse Fed en de ECB spreekt in dit opzicht boekdelen. De Fed verlaagde de reeds lagere Amerikaanse rente met een half procent tot 1,25% tot een negatieve reële rente, terwijl de ECB de Europese rente onveranderd op 3,25% hield.

 

Is er, als de situatie zo ligt, dan toch nog een ontsnappingsmogelijkheid voor de ECB uit deze zelfopgelegde ketens? Ik denk van wel.

Doordat de ECB niet de stabiliteitsvereiste nù, maar die over de middellange termijn hanteert, heeft ze enige speelruimte voor pragmatisme. De toekomst is immers ongewis.

Tot nu toe heeft de ECB, onwillig om de rente verder te verlagen, de toekomst voor de economie van de eurozone consequent te zonnig voorgesteld (de groei valt daardoor altijd tegen). Met wat realistischer (somberder) voorspellingen, wordt duidelijk dat groei en inflatie verder zullen afnemen, waardoor er wel ruimte voor renteverlagingen ontstaat.

Voor een minder opportunistische basis van haar rentebeleid zou de ECB echter haar inflatiedoelstelling van 2% een procentje naar boven moeten aanpassen.

 

Een soepeler rentebeleid van de ECB is zeker geen panacee voor alle economische kwalen van de eurozone. Maar een blik op het beleid van de Amerikaanse centrale bank, waarvan de doelstellingen - anders dan de ECB ons wil doen geloven – slechts gradueel van die van de ECB verschillen, laat zien dat slagvaardig optreden ten behoeve van de economie mogelijk is en resultaten oplevert.

 

Alman Metten

Voormalig Europarlementariër (PvdA), nu directeur Metten EU Consulting BV