Terug naar vorige pagina

Nederland vertoont met inflatie free-rider gedrag; politiek steekt kop in t zand

De consequenties van het lidmaatschap van de Economische en monetaire Unie lijken nog niet te zijn doorgedrongen in de Nederlandse politiek. Nu de Nederlandse Bank haar bevoegdheden over het rentebeleid heeft moeten afgeven aan de Europese Centrale Bank, die niet meer naar de situatie in de afzonderlijke lidstaten kijkt maar slechts de toestand van de eurozone als geheel beoordeelt, zijn de mogelijkheden weggevallen om met monetair beleid nationale ontsporingen te bestrijden.

In Nederland hebben we inmiddels zon ontsporing: de inflatie is opgelopen tot 5,3% (volgens de europese maatstaf), terwijl het europese monetaire beleid in de nederlandse situatie niet verkrappend maar juist stimulerend werkt. De korte rente is immers net naar 4,5% verlaagd, waardoor de rele rente in Nederland zelfs negatief is. Schulden maken levert geld op en wordt erdoor gestimuleerd.

Is Nederland daarom nu het slachtoffer van de Economische en Monetaire Unie? Integendeel, het omgekeerde is het geval. Nederland profiteert van de goedkope rente doordat zijn inflatie zo hoog is. Maar doordat de inflatie, die meeweegt in de inflatie-index van de Eurozone, zo hoog is, drukt Nederland ook de eurozone-inflatie omhoog en verkleint zo de mogelijkheden voor de Europese Centrale Bank om de rente in de Eurozone verder te verlagen. Gezien de groter dan verwachte terugval van de economische groei in de Eurozone zou zon renteverlaging echter wel nodig zijn.

Nederland vertoont derhalve onvervalst free-rider gedrag: het profiteert van een zelfs negatieve rele rente doordat zijn inflatie zo hoog is. Andere lidstaten die een lagere rente nodig hebben, zoals m.n. Duitsland, betalen daar de prijs voor.

De commentaren op dit eigen free-rider gedrag vanuit de nederlandse politiek zijn opmerkelijk: de Tweede Kamer maakt zich er vanaf door een beroep te doen op de sociale partners tot loonmatiging, terwijl de vakbonden toch moeilijk onverantwoord gedrag verweten kan worden als ze 4% loonsverhoging eisen bij een inflatie van 5,3%. Een forse hand in eigen boezem zou hier aanmerkelijk meer gepast zijn.

De laconieke reactie van onze minister-president, dat hij dit wel had zien aankomen, verbaast nog meer: we praten hier toch waarlijk niet over een natuurverschijnsel.

Opmerkelijk is, hoe alert de nederlandse politiek (terecht overigens) wl is op mogelijk

free-rider gedrag van andere lidstaten. Het belangrijkste motief voor het Nederlandse initiatief op de top van Stockholm om de pensioenvoorzieningen beter te regelen, is de angst dat Nederland in de toekomst via hogere europese rente feitelijk meebetaalt aan de pensioenvoorzieningen van andere lidstaten die hun zaakjes minder goed op orde hebben.

Lid zijn van een economische en monetaire unie, waarin het monetair beleid centraal en eenvormig wordt vastgesteld, eist van de regeringen van de deelnemende lidstaten dat zij ontsporingen in hun economie door nationale beleidsaanpassingen opvangen. Daarom heeft Ierland drie maanden geleden een waarschuwing gekregen om zijn begrotingsbeleid, vanwege de hoge inflatie, aan te passen (dat die waarschuwing in dit specifieke geval onterecht was, is weer een ander verhaal (zie bv mijn artikel in het financiele dagblad van 20 februari jl.).

Het kan niet lang meer duren dat ook Nederland zon waarschuwing krijgt. En die waarschuwing zal terechter zijn dan die aan Ierland, omdat de nederlandse salarissen, anders dan de ierse, hun comparatieve voordeel inmiddels wel verloren hebben.
Regering en Kamer zouden er goed aan doen niet op de Brusselse tik op de vingers te wachten, maar gezwind zelf de hoge inflatie aan te pakken. Want het verhaal dat het allemaal maar tijdelijk is en vanzelf overgaat, begint in rap tempo zijn geloofwaardigheid te verliezen.

De keuzes over hoe de inflatie moet worden teruggedrongen zijn aan de nederlandse politiek.
Verbeteren van onderwijs en zorg blijft mogelijk, maar er zou een tijdelijke belastingverhoging tegenover moeten staan, bijvoorbeeld door het voordeel van de negatieve rente weg te belasten. Ook zouden de laatste grote kartels in Nederland, zoals in de benzine, eindelijk eens effectief aangepakt moeten worden (hoe kan de ex-belasting prijs van benzine in aanvoer- en raffinageland Nederland zoveel hoger zijn dan elders?).

En argument voor passiviteit kan naar Europa toe in ieder geval niet gebruikt worden: we hoeven niets te doen want we zijn toch maar zo klein ("6% van de Eurozone economie"). Dat argument bezigen is een uitnodiging aan de grote lidstaten om in een soort directorium de economisch belangrijke zaken maar onderling te regelen. De eerste die daartegen zou protesteren zou Nederland zijn. Mee willen beslissen betekent ook medeverantwoordelijk zijn. De nederlandse politiek weet wat haar te doen staat.

Alman Metten

(was lid van het Europees Parlement en leidt nu economisch adviesburo Metten EU Consulting BV. www.metten-euc.nl)