Terug naar vorige pagina

Kritiek op Ierland dubieus

De ministers van financiŽn hebben voor het eerst gebruik gemaakt van hun bevoegdheid om een lidstaat een dringende aanbeveling te geven zijn economisch beleid te veranderen. De primeur is leuk, de inhoud was echter minder.

Dat de invoering van de euro in 1999 noodzaakt tot een betere coŲrdinatie van het economisch beleid tussen de landen van de eurozone is niet omstreden. Dat die coŲrdinatie zich niet langer beperkt tot aansporingen om de overheidstekorten terug te dringen, maar zich nu kennelijk uitstrekt tot alle aspecten van het economisch beleid, is toe te juichen. Dat Ierland echter aangespoord wordt het overheidsbeleid van verhoging van de uitgaven en verlaging van de belastingen te wijzigen om de inflatie niet verder aan te wakkeren, is misplaatst.

Normaal gesproken is een aanbeveling om een uitstekend draaiende economie niet verder te stimuleren absoluut logisch. De situatie in Ierland is echter een bijzondere, omdat de Ierse economie in korte tijd van een laag uitgangspunt (in 1989 stond de Ierse economie nog op 63% van het EU-gemiddelde) tot nummer drie in welvaartsnivo is opgeklommen, maar daarbij de loonkosten ver zijn achtergebleven.

Om deze loonkosten op een nivo te brengen die bij haar nieuw verworven rijkdom passen, kan het niet anders dan dat de Ierse inflatie uit de pas loopt met de rest van de eurozone. Dit is niet alleen onvermijdelijk, het is ook noodzakelijk en in het belang van de andere landen van de eurozone: het helpt het Ierse concurrentievoordeel wat te matigen.

Dat de Europese Commissie en de ministers van FinanciŽn dit niet hebben kunnen of willen inzien is pijnlijk en van een betekenis die ver boven het geval-Ierland uitgaat.

De landen van Midden- en Oost-Europa, die tot de EU en vervolgens tot de eurozone willen toetreden, zijn namelijk nog armer dan Ierland was en hebben een nog sterkere groei nodig dan Ierland, met de onvermijdelijke loonstijgingen en hogere inflatie. Het remmen van die groei omdat het hogere inflatie geeft zou asociaal zijn en is dus een weg die de eurozone niet op moet gaan.

Ierland heeft al aangekondigd dat ze de aanbeveling aan haar laars zal lappen. Hoewel ze daar in dit geval gelijk in heeft, is het natuurlijk wel jammer voor de geloofwaardigheid van het instrument "aanbeveling".

Daarmee wordt de zwakte van het instrument meteen blootgelegd. Het is niet alleen niet af te dwingen, het mist ook een democratische legitimatie. Nationale parlementen, noch het europese parlement worden namelijk vooraf bij deze aanbevelingen betrokken. Dat is een van de mancoís van het Verdrag van Maastricht, die echter heel goed in de praktijk verholpen kunnen worden (het Verdrag gaat gelukkig niet zover dat betrokkenheid van de parlementen verboden wordt). Eťn van de lessen van deze Ierse primeur is dus, dat een aanbeveling aan een land om zijn beleid te wijzigen fundamenteel meer draagvlak nodig heeft.

Eťn element in het Ierse succesverhaal met zijn kans op oververhitting is tot mijn verbazing nog onderbelicht gebleven. Een groot deel van de infrastructuur die Ierland geholpen heeft zich uit het moeras omhoog te trekken is gefinancierd door de Europese Unie, en veel buitenlandse ondernemingen zijn aangetrokken met belastingregelingen die in de rest van de unie verboden zijn, maar door de Commissie voor Ierland zijn toegestaan.

De steun ter hoogte van 4% van het Ierse BBP (jaarlijks!) was bedoeld voor lidstaten op een welvaartsnivo van minder dan 75% van het gemiddelde van de Unie, en de aantrekkelijke belastingregelingen voor buitenlandse investeerders werden om dezelfde reden door de Commissie goedgekeurd.

Hoewel Ierland in 1997 reeds boven het EU-welvaartsgemiddelde scoorde, en zich nu al op een 3e plaats boven Nederland bevindt, krijgt zij nog tot 2003 "armoede"-steun (zij het dat de omvang vermindert), terwijl de discriminerende belastingregelingen nog tot 2010 door mogen lopen!

Ierland kan moeilijk verweten worden dat zij bij een begrotingsoverschot van 4,3% iets voor haar burgers wil doen. Maar hoe zit het met de ministers van FinanciŽn en de Europese Commissie, die met overbodige steun en soepele regels Ierland in staat stellen de andere lidstaten scherpe belastingconcurrentie aan te doen? Het minste dat gezegd kan worden is dat ze boter op hun hoofd hebbenÖ

Ook in 1998, vůůr de Europese Raad van Berlijn, was het immers volop duidelijk dat Ierland met zijn jarenlange groeipercentages van 10% geen raad meer zou weten met al dat geld dat zij van de Europese Unie kreeg. Maar abrupt beŽindigen durfden de Europese Commissie en de ministers van FinanciŽn niet aan, omdat daarmee ook hun eigen te rijk geworden regioís (FlevolandÖ) buiten de boot zouden vallen.

Het echte probleem dat de eurozone-landen met Ierland hebben is dus niet haar hoge inflatie, maar de concurrentie die ze bedrijft met lage belastingtarieven. Daarvan voelen alle eurozone-landen de pijn. Ironisch dat Ierland deze tarieven kan hanteren dankzij speciaal voor haar geschreven regels en als een boemerang werkende subsidies. Waar kortzichtigheid al niet toe kan leiden!

Alman Metten

Voormalig EuroparlementariŽr. Leidt nu economisch adviesburo Metten EU Consulting BV